|
|
Leuven - België
Copyright
© 2004 Digitalefotosite Cor en Joke
|
Menu
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt - Stadhuis |
|
|
|
De Grote Markt Leuven
De Grote Markt van de
Belgische stad Leuven situeert zich tussen de Oude Markt en het Fochplein, zelf
een uitloper van de Bondgenotenlaan. Ook vlakbij bevindt zich de Muntstraat, de
Leuvense variant van de Rue des Bouchers in Brussel.
Door zijn ligging op het kruispunt van enkele van de bekendste en meest
toeristische plekken in Leuven, is de Grote Markt één van de drukste Leuvense
pleinen. Toch is de Grote Markt sinds enkele jaren vrijwel geheel verkeersvrij;
enkel de bussen van de vervoersmaatschappij De Lijn mogen over de Markt rijden.
Gebouwen
De Grote Markt bevindt zich op één van de meest historische plaatsen van Leuven
en bestaat in zijn huidige ontwerp reeds sinds de 14de eeuw, bij de oprichting
van de Katholieke Universiteit Leuven. De meeste gebouwen op het plein zijn dan
ook opgetrokken in de befaamde Brabantse gotiek, zoals het monumentale stadhuis.
Andere opvallende gebouwen aan de Grote Markt zijn het Tafelrond, de Collegiale
Sint-Pieterskerk en enkele prachtige gildenhuizen. Daarnaast is, zoals in heel
Leuven, ook hier geen gebrek aan cafés en tavernes. In tegenstelling met de meer
trendy, op de jeugd gerichte, zaken op de Oude Markt, bevindt zich op de Grote
Markt meer traditioneel aandoende horeca.
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt - Stadhuis |
|
|
|
Het stadhuis van Leuven
Het stadhuis van Leuven is
een van de bekendste gotische stadhuizen ter wereld en staat op de Grote Markt
van Leuven.
Dat het Brusselse stadhuis model heeft gestaan staat vast. Dit werd al in de
vijftiende eeuw vermeld door de Leuvense stadsboekhouder.
Het stadhuis telt drie verdiepingen. Tussen de vensters zijn telkens twee
nissen, die lichtjes uitspringen. Drie van de vier hoektorens hebben ook nissen.
De kraagstenen zijn gebeeldhouwde voorstellingen uit de bijbel. Het steeds
terugkerende onderwerp is schuld en boete. Ze hadden een belerende en vermanende
functie.
Geschiedenis
Het eerste stadhuis stond op de Oude Markt. In de vijftiende eeuw werd besloten
een nieuw gebouw op te trekken op de Plaetse, de huidige Grote Markt. Om het
stadhuis, oftewel het Voirste huys, goed in te kunnen planten, onderging het
plein grote veranderingen sinds 1433.
Het stadhuis werd gebouwd in twee fases. Tussen 1439 en 1445 werd het deel langs
de Boekhandelstraat, het dnuwe huys achter den Rosenhout gebouwd. De Rosenhoet
was de naam van één van de huizen op de Grote Markt die plaats moesten ruimen
voor het stadhuis. Ook werden de Clercken cameren rond het Vrijthof (de nog
steeds bestaande binnentuin) gebouwd. De plannen werden in 1439 gemaakt door
Sulpitius van Vorst, de eerste steenlegging volgde op 31 maart.
In september 1439 stierf van Vorst. Jan II Keldermans nam zijn taak over. Hij
voltooide het dnuwe huys en de Clercken cameren. Toen deze overleed werd Mathijs
de Layens belast met de werken. Hetzelfde trio stond ook in voor de
Sint-Pieterskerk.
Een plan van het stadhuis, met alle hier vermelde delen aangeduid. De pijl wijst
de ingang aan. Het grijze vlak is de plaats van het belfortTussen 1448 en 1469
kwamen onder de Layens het Voirste huys (het deel dat grenst aan de Grote Markt)
en de Conserverije (de vleugel aan de Naamsestraat) klaar. Toen werd plots de
bouw van het belfort aan het begin van de Naamsestraat geannuleerd door de
stadsmagistraat. De Layens moest proberen de gevolgen daarvan weg te werken. Hij
werkte daarom de twee zijgevels op dezelfde manier uit en verhoogde ze ook. Het
enige wat hij niet kon veranderen, was de kleine ingang en een onooglijke pui.
Een nieuwe verbouwing kwam er in 1709. De ingang werd verbouwd: links naast de
toegangsdeur werd een venster omgebouwd tot deur, wat de symmetrie ten goede
kwam, en ook kwamen er de huidige trappen.
Intussen vertoonde het stadhuis ook al slijtage: in de zeventiende eeuw moesten
de torens verstevigd worden met ijzeren staven, in de tweede helft van de
achttiende eeuw werd het voegwerk van de voorgevel vernieuwd en in april 1890
werd zelfs één van de torens onthoofd door een blikseminslag.
De grote verandering kwam er in de periode 1849-1880. De tot dan leeg gebleven
nissen werden gevuld met beelden.
Er staan in totaal 149 beelden in de gevels. De figuren op de voetstukken dragen
allen Bourgondische kledij, de figuren in de nissen dragen kledij uit de periode
waarin ze geleefd hebben. De figuren op de benedenverdieping beelden o.a.
geleerden, kunstenaars en historische figuren uit het Leuvense uit. De eerste
verdieping toont figuren die de gemeentelijke vrijheden symboliseren en de
patroonheiligen van de parochies. Op de tweede verdieping staan o.a. de graven
van Leuven en de hertogen van Brabant. De nissen in de torens werden gevuld in
1895-1913 met 87 beelden. Zij kregen bijbelse figuren.
Het stadhuis is meermaals gerestaureerd:
1825-1841: de sculpturen en de kraagstenen worden onder handen genomen
1895-1913: de zijgevels worden gerestaureerd en, zoals boven vermeld, kregen de
torens beelden in hun nissen. (Op het einde van WOII scheerde een V-1 vliegende
bom rakelings langs de voorgevel van het stadhuis en vernielde een aantal van
deze beelden.)
1972-1983: heel het gebouw wordt met water gereinigd, de kraagstenen en de
beelden worden gerestaureerd
Interieur
De buitengevel mag dan gotisch zijn, binnen zijn de salons in verschillende
stijlen ingericht. Zo is er een salon in Lodewijk XIV-stijl, één in Lodewijk
XV-stijl en één in Lodewijk XVI-stijl. In één van die salons hangt een
schilderij van elke burgemeester sinds de Franse tijd, met uitzondering van de
zittend burgemeester Louis Tobback.
Op de begane grond is de wandelzaal met eiken draagbalken gesneden door Willem
Ards. Ook is er de gotische zaal.
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt - Stadhuis |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt - Stadhuis |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt - Stadhuis |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote
Markt - Collegiale Sint Pieterskerk
|
|
|
|
Collegia Sint-Pieterskerk
De collegiale Sint-Pieterskerk is een Rooms-katholieke kerk in Leuven. Vroeger
was er een Romaanse kerk, maar deze werd in de 15de eeuw vervangen door de
huidige kerk. Tot in de 17de eeuw werd er aan de kerk gebouwd. Het bouwwerk is
echter nooit voltooid: de twee torens zijn nooit erg hoog geweest. Later werd de
geringe hoogte nog verkleind bij een instorting.
Verschillende architecten werkten aan dit Brabantse laatgotische gebouw:
Sulpitius van Vorst leidde de werken tot zijn dood in 1439. Jan II Keldermans en
Matthijs de Layens volgden hem op.
Aan de patroonheilige van de kerk ontlenen de Leuvenaars hun bijnaam
Peetermannen.
Geschiedenis
De geschiedenis van de Sint-Pieterskerk begint vermoedelijk met een houten kerk
uit de achtste eeuw. Deze werd rond het jaar duizend vervangen door een (stenen)
romaanse kerk. Ze had zes traveeën en een vierkant koor. Een eeuw later kwam
daar een westbouw tegenaan, met drie torens, die er moet hebben uitgezien zoals
het westwerk van de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht. Tegen het koor werd
rond 1070 de crypte gebouwd, waarvan het onderste gedeelte behouden is tijdens
de bouw van de gotische kerk. Bij de restauratie na de Tweede Wereldoorlog is ze
herontdekt. Nu is de crypte toegankelijk gemaakt voor het publiek.
De gotische kerk werd gebouwd vanaf 1400. De precieze datum is onzeker, omdat de
registers van de kerk verloren zijn gegaan. Wel staat vast dat in 1425 Sulpitius
van Vorst aan de kerk werkte. Bij het verder werken aan de gotische kerk, werd
de romaanse stuk voor stuk afgebroken. De bouw begon aan het koor.
In 1431 kon al begonnen worden aan de overkapping van het koor. De stenen kwamen
uit Affligem en Gobertange. Ondertussen waren de werken aan het dwarsschip ook
begonnen. Maar dan sterft van Vorst. Jan II Keldermans neemt tot 1445 zijn
functie over. Daarna voltooit Mathijs de Layens het noordertransept en een
gedeelte van het schip. Nu kwamen de stenen onder andere uit Leefdaal. De
volgende architecten waren Jan de Mesmaeker (1483-1490), Hendrik Van Evergem
(1490-1492), Mathijs Keldermans (1492-1495) en Alard Duhamel (1495-1502). Deze
laatste begon in 1497 met de bouw van het grote (onvoltooide) portaal op de
Grote Markt. In 1499, honderd jaar na de geschatte startdatum, werd het laatste
deel van de Romaanse kerk afgebroken. Matheus Keldermans kon in 1503-1527 de
laatste hand leggen aan het gebouw.
Intussen was de bouw van de torens ook gestart. Joost Metsys was de bouwmeester.
Hij voorzag drie torens, de middelste moest 525 voet (ongeveer 150 meter) hoog
worden, de twee ernaast 430 voet (120
meter). De werken werden echter gestaakt: Metsys' constructie was niet goed
uitgewerkt, de bodem was niet gunstig, en de torens konden niet goed verankerd
worden. Niet eens de helft was voltooid. Later, in 1604, werd de hoogte zelfs
nog verminderd na een instorting.
De kerk heeft zwaar geleden onder de Eerste Wereldoorlog. Ze werd het
slachtoffer van een brand, die haar het dak kostte. Veel kerkschatten bleven in
de brand. In de Tweede Wereldoorlog werd de kerk gebombardeerd.
De laatste toevoeging aan de kerk, is de plaatsing van een jacquemart, Gouden
Peter, op het zuidertransept.
Bezienswaardigheden
Het laatste avondmaal, middenpaneel van het altaarstuk in de Sint-Pieterskerk In
de schatkamer van St.-Pieter bevindt zich het beroemde drieluik van Dirk Bouts:
Het Laatste Avondmaal. Dit drieluik dateert uit de 15de eeuw en onderging een
grondige restauratie van 1996 tot 1998. Ook het schilderij Het martelaarschap
van de H. Erasmus is hier te zien.
Verder is er ook nog de gotische sacramentstoren, ontworpen door Matthijs de
Layens. Ook is de crypte van de Romaanse kerk te bezichtigen.
Er zijn ook nog het doopvont uit circa 1490, de barokke kansel uit de 18de eeuw,
het laatgotische doksaal met een aan Jan Borreman toegeschreven triomfkruis uit
de 15de eeuw, het koor met het grafmonument van Hendrik I van Brabant.
Verder zijn er andere schilderijen, beeldhouwwerken zoals het Lievevrouwebeeld 'Sedes
Sapientiae' uit 1442, kerkelijk meubilair en een verzameling religieus
zilverwerk.
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Het
laatste avondmaal, middenpaneel van het altaarstuk in de Sint-Pieterskerk In de
schatkamer van St.-Pieter bevindt zich het beroemde drieluik van Dirk Bouts: Het
Laatste Avondmaal. Dit drieluik dateert uit de 15de eeuw en onderging een
grondige restauratie van 1996 tot 1998. Ook het schilderij Het martelaarschap
van de H. Erasmus is hier te zien. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote
Markt - Collegiale Sint Pieterskerk
De hoofdingang, met links
en rechts de basis van de onvoltooide torens |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote
Markt - Collegiale Sint Pieterskerk
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
Top |
|
|
Grote
Markt - Collegiale Sint Pieterskerk
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote
Markt - Collegiale Sint Pieterskerk
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote
Markt - Collegiale Sint Pieterskerk
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt - Tafelrond
|
|
|
|
Het Tafelrond is een
gotisch gebouw op de Grote Markt in Leuven, dat gebouwd werd tussen 1480 en 1487
en afgebroken in 1818. Na de Eerste Wereldoorlog werd het heropgebouwd. Tot 2002
was de Nationale Bank er gevestigd.
Het Tafelrond werd gebouwd naar een ontwerp van Matthijs de Layens. Het maakte
deel uit van een samenhangend architectonisch geheel van drie huizen ten oosten
van het stadhuis. Het diende oorspronkelijk als vergaderlokaal voor de Leuvense
rederijkamers en andere sociëteiten.
Later werd het ook gebruikt als feestzaal, bijvoorbeeld vond het banket in 1859
naar aanleiding van de vijfentwintigste verjaardag van de heropening van de
universiteit er plaats.
In de negentiende eeuw was het gebouw echter erg vervallen. Het Tafelrond werd
gesloopt en vervangen door een neoclassicistisch gebouw, volgens de heersende
trend in die periode. Het nieuwe gebouw was een ontwerp van Van der Straeten, en
werd gebouwd tussen 1829 en 1832.Het stadhuis, dat naast het Tafelrond gelegen
is, werd echter gespaard en het gebouw werd zelfs gerestaureerd, wat erg
opmerkelijk was voor die tijd.
Tafelrond
Na de Eerste Wereldoorlog
werd besloten het Tafelrond terug op te richten, nu als gebouw voor de Nationale
Bank. In 1928 was het voltooid. De nissen werden opgevuld met directeuren van de
bank, in een gotisch kleedje gestoken. M. Winders trad op als architect bij de
heropbouw.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakte het Tafelrond beschadigd.
In 2002 verliet de Nationale Bank het gebouw. In juli 2005 werd het Tafelrond
openbaar verkocht. De koper was de Leuvenaar Jan Callewaert (de stichter van
Option, een technologisch bedrijf). De kostprijs was 6,4 miljoen euro. Wat
Callewaerts concrete plannen zijn, heeft hij nog niet bekend gemaakt.
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Grote Markt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Standbeeld van Fonske
|
|
|
|
Fonske is een standbeeld
op het Fochplein dat een student voorstelt, met in de linkerhand een boek waarin
hij leest en in de rechterhand een pint bier, die hij boven zijn hoofd uitgiet.
Het werd ontworpen door de beeldhouwer Jef Claerhout, en door de Katholieke
Universiteit Leuven in 1975 aan de stad geschonken naar aanleiding van het
550-jarige bestaan van de K.U.Leuven. Fonske is één van de symbolen van Leuven
als universiteitsstad. Fonske is een typisch Vlaamse naam afgeleid van Alfons.
"Fons" is ook het Latijn voor "fontein" en een variant van de naam van de
Romeinse god van de bronnen, Fontus. De inscriptie "Fons Sapientiae" ("Bron der
Wijsheid") op het standbeeld is een ludieke knipoog naar het motto van de
K.U.Leuven, "Sedes Sapientiae" ("Zetel der Wijsheid"). Net zoals Manneken Pis in
Brussel wordt Fonske af en toe aangekleed door verenigingen die iets te vieren
hebben, zoals de "Mannen van het Jaar". |
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Standbeeld van Fonske |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - De Lakenhal
|
|
|
|
De Lakenhal is een
universiteitsgebouw in Leuven, grenzend aan de Naamsestraat en de Oude Markt.
Het gebouw dateert uit 1317.
Het gebouw van één verdieping (de huidige benedenverdieping) werd in gotische
stijl opgetrokken door de architecten Jan Stevens, Arnold Hore en Godfried Raes.
Oorspronkelijk was de lakenhal een gebouw voor de gilde der lakenwevers. De
stedelijke lakenhal was hun verkoopsplaats. Kort na de oprichting van de
universiteit (in 1425) werd de vleugel van het gebouw grenzend aan de
Krakenstraat in 1432 door de stad Leuven ter beschikking gesteld als leslokaal
voor de colleges. In 1679 werd de hele hal door de stad in erfpacht gegeven aan
de universiteit. Van toen dateert ook de eerste verdieping in barokstijl bovenop
de oorspronkelijke lakenhal. In 1723 werd aan de zijde van de Oude Markt een
classicistische vleugel aangebouwd, de Regavleugel, die oorspronkelijk de
bibliotheek van de universiteit huisvestte. Toen de Duitse bezetter op 25
augustus 1914 de Leuvense binnenstad in brand stak, is ook de universiteitshal
op de voorgevel na bijna volledig vernield. In de brand gingen ook 300.000
boeken en manuscripten verloren. De wederopbouw zou pas in 1922 voltooid worden.
In 2007 werd een moderne glazen traphal bijgebouwd aan de zijde van de
Zeelstraat.
Tegenwoordig fungeert de Lakenhal als het beleidscentrum van de universiteit,
met o.a. de kantoren van rector en medewerkers op het rectoraat. Daarnaast doet
de Lakenhal op het gelijkvloers ook dienst als centrale inschrijvingsplaats aan
het begin van het academiejaar in augustus en september en wordt de gotische
jubileumzaal op de eerste verdieping voor recepties en feesten gebruikt. In de
promotiezaal worden nog steeds heel wat doctoraten publiek verdedigd. In de
Regavleugel worden de rectorale salons voor allerhande kleinere evenementen en
ontvangsten gebruikt: de faculteitenkamer (met gele tinten), de senaatszaal
(groen) en de rectorkamer (roze tinten).
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - De Lakenhal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Hogeschoolplein - André
Dumont (mijnbouwkundige) |
|
|
|
André Dumont (Luik, 9
oktober 1847 - Brussel, 2 november 1920) was een Belgische geoloog en
mijnbouwkundige. Hij was een zoon van de geoloog André Hubert Dumont en
hoogleraar geologie en mijnbouw aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij
volgde er Guillaume Lambert op van wie hij ook leerling was geweest.
Zoektocht naar steenkool
Vanaf 1877 raakte Dumont gefascineerd van de mogelijkheid dat zich steenkool in
de ondergrond van Kempen bevond. In 1877 gaf hij een brochure uit waarbij hij
beschikte over de gegevens van de boringen in Nederlands-Limburg waar al
steenkool was ontdekt. Dumont was er van overtuigd dat het steenkoolbekken zich
verder noordwestwaarts uitstrekte. Hij noemde daarbij de Limburgse Kempen bij
naam en spoorde Belgische industriëlen aan initiatief te nemen.
In de jaren 1880-1890 belette een economische crisis en een forse daling van de
steenkoolprijs verdere acties. Dumont was aan de slag gebaan als ingenieur in
een Henegouwse mijn om vanaf 1883 les te geven aan de universiteit van Leuven.
Zijn colleges over mijnbouwkunde wekten enthousiasme bij zijn leerlingen. Hij
besloot zelf een zoektocht naar steenkool in Limburg te starten en zocht
oud-leerlingen op die financieel sterk stonden.
Dumont kwam in contact met Louis Jourdain die boringen in Nederlands-Limburg had
gepromoot. Dumont, Jourdain en hun volgelingen kwamen er vlug achter dat anderen
ook met proefboringen wilden starten. Jules Urban en Valentin Putsage boorden in
1897 in Lanaken. Bovengehaald materiaal wees er op dat men aan de rand van een
steenkoolbekken was terecht gekomen. Moest men nu verder zoeken naar het noorden
of het zuiden? Was dit de rand van het Nederlands steenkoolbekken? Dumont stelde
voor om in Elen te boren, Jourdain vond dat te noordelijk maar Dumont kreeg zijn
zin.
Na vijftien maanden boren was men niet dieper geraakt dan 140 m. De Franse
boorfirma gaf er de brui aan en Anton Raky die een revolutionaire methode had
ontwikkeld bood zich aan. De boorkop die hij gebruikte van voorzien van
diamanten tanden die het gesteente verbrijzelde. Water spoelde de stof naar
boven die dan werd geanalyseerd. Eind 1900 legde men de werken op 878 m diepte
stop nadat het boorapparaat het had begeven. Putsage had intussen van de
gemeente Mechelen-aan-de-Maas een terrein gekregen waar hij mocht boren.
Gelukkig voor Dumont ging die poging niet door omdat Putsage's geldschieter
Urban plotseling ziek werd en in maart 1901 overleed.
In 1901 stichtte Dumont een nieuwe firma met financiële inbreng van Raky. Raky
kon Dumont overtuigen niet opnieuw in Elen te boren. Er werd voor As gekozen dat
zuidwestelijk van Elen lag. Op 1 juni 1901 startte men daar, vlak bij de weg
naar Opglabbeek.
Steenkool in As
In de nacht van 1 op 2 augustus 1901 ontdekte de in zijn opdracht werkende
boormeester Koton de eerste Limburgse steenkool. Koton haastte zich naar
Maastricht en stuurde via Leuven een telegram naar Dumont die met zijn familie
met vakantie was in Spa. Het telegram werd op 2 augustus om 11 uur verzonden.
Koton schreef: Kohle angebohrt - betrib angestelt - bin mitag erkelenz - gluck
auf - Koton. Dumont reageerde rustig en zei: "Ik wist dat men ze zou vinden."[1]
De vreugde in de boortoren sloeg over naar de Assenaars. Ze kwamen kijken en er
werd dagenlang gefeest.
In België en in Frankrijk promootte Dumont nieuwe technieken van mijnontginning.
In Leuven richtte hij de Vereniging voor Mijnbouwingenieurs op.
In de streek van As en Genk is de invloed van Dumont nog steeds merkbaar door
ziekenhuizen, scholen, ... die naar hem werden vernoemd.
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Hogeschoolplein - André
Dumont (mijnbouwkundige) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Hogeschoolplein -
Pauscollege |
|
|
|
Gesticht in 1523 door de
uit Nederland afkomstige paus Adrianus VI, oud-professor. In 1776 werd het
volgens de plannen van Ghenne en Louis Montoyer herbouwd in classicistische
stijl. In 1786 bracht Jozef II het seminarie-generaal onder in dit college. Van
1825 tot 1830 was het filosofisch college van Willem I er gevestigd. Heden is
het gebouw een pedagogie voor studenten.
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Hogeschoolplein -
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Hogeschoolplein -
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Paus Adrianus VI |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Binnenplaats Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Beeld
op binnenplaats
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Beeld
op binnenplaats
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Binnenplaats Pauscollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
St. Michielstraat -
Maria-Theresiacollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
St. Michielstraat -
Maria-Theresiacollege |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Muntstraat - De Restaurantstraat van Leuven |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Muntstraat - De Restaurantstraat van Leuven |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Tiensestraat hoek
Muntstraat - Fiere Margriet
Legende 1 stamt uit de 13de eeuw. Amandus en zijn vrouw besloten zich terug te
trekken te Villers. Op de nacht voor hun intrede in het klooster werden zij
beroofd en vermoord. De inwonende verwante Margaretha, werd door rovers
meegevoerd en buiten de stad omgebracht. 's Anderendaags werden de lijken van
Amandus en zijn vrouw gevonden. Het lijk van Margrietje was enkele dagen later
ontdekt door vissers, maar spoedig op de oever van de Dijle begraven. Door een
licht op het graf werd het lijk ontdekt en naar Leuven gevoerd. Nabij de boven
het stoffelijk overschot gebouwde kapel en op de plaats van de moord zouden
mirakelen gebeurd zijn.
Legende 2 dateert uit de 16de eeuw. Twee volkse elementen zijn in dit relaas
over Margrietje toegevoegd: Margrietje werd verkracht en het in de Dijle
geworpen lijk is door vissen boven water stroomopwaarts gedragen terwijl een
lichtschijn het omgaf. De vinding door de hertog van Brabant verleende de
verering een officiële stedelijke glans.
Beeldhouwer: Willy Meysmans
Onthuld in 1982
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Mgr. Ladeuzeplein -
Universiteitsbibliotheek |
|
|
|
De
Universiteitsbibliotheek is een monumentale bibliotheek in Leuven, gelegen op
het Mgr. Ladeuzeplein en werd ontworpen door Whitney Warren.
In het gebouw is de centrale bibliotheek van de Katholieke Universiteit Leuven
gevestigd. De huidige collectie omvat ongeveer vier miljoen boekwerken.
Alhoewel het neo-renaissance uitzicht anders doet vermoeden, is dit een recent
gebouw, opgetrokken tussen 1921 en 1928. Het gebouw was een gift van het
Amerikaanse volk aan de stad Leuven nadat de oorspronkelijke bibliotheek uit de
17de eeuw gelegen aan de Naamsestraat in augustus 1914 bij het begin van de
Eerste Wereldoorlog, werd platgebrand door de Duitse bezetter. Hierdoor ging
niet alleen een groots cultureel patrimonium verloren maar ook duizenden
eeuwenoude en onvervangbare manuscripten met een onschatbare historische waarde.
Deze daad leidde tot grote verontwaardiging in binnen- en buitenland en dankzij
talloze, vooral Amerikaanse, inzamelacties, met de persoonlijke inzet van
Herbert Hoover, voorzitter van de Commission for Relief of Belgium, kon in 1921
begonnen worden met de bouw van een nieuw bibliotheekpand aan wat nu het
Ladeuzeplein is.
De toren is 87 meter hoog. Daarin bevindt zich één van de grootste beiaards van
Europa, in 1928 opgezet en aangeboden door Amerikaanse ingenieurs ter herdenking
van hun collega's die omkwamen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De beiaard
bevatte dan ook 48 klokken, aangezien dat het aantal Amerikaanse staten was ten
tijde van de gift. De basklok van 7 ton, die ook het uur slaat, draagt de naam
Liberty Bell of Louvain en de vierde klok bevat een inscriptie die oproept tot
vrede.
Tijdens de Slag om Leuven werd op 16 mei 1940 de Universiteitsbibliotheek zwaar
beschadigd door een Brits-Duits artillerieduel, waarbij nagenoeg heel de
boekencollectie (900.000 stuks) in vlammen opging. Nadien beschuldigen Duitsland
en het Verenigd Koninkrijk mekaar van het plegen van deze feiten. Na WOII werd
het gebouw vrijwel volledig hersteld volgens de originele plannen. In 1987 werd
het gebouw bij koninklijk besluit beschermd als monument. Na een grondige
renovatie van 1999 tot 2003 van de façade, beiaard en de daken schittert het
universiteitsgebouw weer als de parel van het eveneens heraangelegde
Ladeuzeplein.
Vanaf 1970 werd de collectie van de universiteitsbibliotheek gesplitst naar
aanleiding van de splitsing van de universiteit. Boeken met een even
plaatsingsnummer verhuisden naar Louvain-la-Neuve, terwijl de boeken met een
oneven plaatsingsnummer in Leuven bleven.
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Mgr. Ladeuzeplein -
Universiteitsbibliotheek |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Herbert Hooverplein -
Ballon van de vriendschap
Beeldhouwer: Danny Tulkens Onthuld in 1988
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Herbert Hooverplein -
Ballon van de vriendschap
Beeldhouwer: Danny
Tulkens Onthuld in 1988
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Herbert Hooverplein -
Standbeeld van Edouard Remy 1813-1896
Remy (1813-1896) was een groot figuur in de Leuvense geschiedenis. Hij was een
typisch voorbeeld van een 19de-eeuwse paternalistische ondernemer die mensen aan
het werk zette in zijn rijst- en stijfselfabriek in Wijgmaal.
Hij schonk jaarlijks ook 10.000 euro aan de stad om arbeiders werk te
verschaffen. Verder financierde hij een nachtasiel en een hospitaal voor
ongeneeslijk zieken. Hoewel hij nog liberaal gemeenteraadslid was, waren alle
politieke partijen het er eind 19de eeuw over eens: Edouard Remy verdiende een
standbeeld.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Kardinaal Mercierplein -
Kartuizerpomp
18de eeuw - overgeplaatst
in 1799
Gedichtje:
Mijn allereerste thuis
dat was d'oude kartuis
maar toen 't klooster
verdween
kwam ik gezwind hierheen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Kardinaal Mercierplein -
Hoger instituut voor Wijsbegeerte
Dwarshuis uit de 17de eeuw
met houten voorgevel. Hier stichtte Desiré Mercier met steun van Leo XIII een
instituut voor Thomistische Wijsbegeerte.
Neogotische gebouwen vanaf
1891 toegevoegd door architect Joris Helleputte
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Kardinaal Mercierplein -
Hoger instituut voor Wijsbegeerte - Binnenplaats |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Kardinaal Mercierplein -
Hoger instituut voor Wijsbegeerte |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Vlamingstraat - Kapel van
Onze Lieve Vrouw Ter Koorts
Tijdens de 17de eeuw wordt
er verwoed gebouwd. Het kapelletje maakt in 1602 plaats voor een grotere kapel.
Maar al in 1642 voldoet ook dit gebouw niet meer aan de behoeften en wordt de
eerste steen gelegd van een derde kapel. Met de financiële hulp van Philippe Van
Tuycom, prelaat van de Parkabdij, en professor Christiaan van Beusecom wordt die
uiteindelijk voltooid in 1705.
Tegenwoordig is hier het
KADOC, het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie Cultuur en
Samenleving gevestigd
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Vlamingstraat - Sint
Donatuspark |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Sint Donatuspark - Beeld
van Jan Rosseels
Dit beeld werd geschonken
door de mannen van 60 aan de stad Leuven.
Ingehuldigd 10-09-2000
door Eremarraine Wendy van Wanten en voorzitter van de mannen van 60 Christian
Smets
Beeldhouwer: Jan
Rosseels |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Sint Donatuspark - Beeld
van Jan Rosseels
Gedeelte van het beeld |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Sint Donatuspark - Beeld
van Jan Rosseels
Gedeelte van het beeld
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - Amerikaans
College
Gesticht in 1857 voor de
vorming van zendelingen voor de Amerikaanse missies, nadien seminarie voor
priesterstudenten uit de V.S. Kapel en neogotische gebouwen links opgericht in
1891 op de plaats van het refugiehuis van de Abdij van Aulne
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - Amerikaans
College |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Vigliuscollege
Gesticht in 1569 door de
rechtsgeleerde Viglius ab Aytta de Zuichem voor studenten uit Friesland of Gent.
Verbouwt 1751-1755 o.l.v. architect J.A. Hustin. Sterk vereenvoudigd bij de
restauratie. Thans Tarweschoofkazerne, genoemd naar het wapenschild van Viglius
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Vigliuscollege
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - Kapel
"Jezus in 't Steentje"
In de volksmond "Kapelleke
van Janneke de Grijzer"naar een thans verdwenen beeld van de wenende Johannes
onder het kruis. Herbouwd in 1814
Gedichtje:
Janneke de Grijzer
Tien pond ijzer
Tien pond lood
Janneke de Grijzer is nog
niet dood |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Schapenstraat - Groot
Begijnhof |
|
|
|
Het Groot Begijnhof van
Leuven, ook bekend als Begijnhof Ten Hove, is een gaaf bewaarde, en volledig
gerestaureerde historische wijk van een tiental straten in het zuiden van de
binnenstad, gelegen aan de Schapenstraat, niet ver van de Naamsepoort. Het is
een van de grootste nog bestaande begijnhoven in Vlaanderen, met een bebouwde
oppervlakte van ongeveer 3 ha.
Geschiedenis
Als gemeenschap voor ongehuwde, semi-religieuze vrouwen (zie verder onder
Begijn) ontstond dit begijnhof in de vroege 13de eeuw. De oudste geschreven
documenten dateren uit 1232. Een Latijns opschrift aan de kerk vermeldt 1234 als
stichtingsdatum. Vermoedelijk is de gemeenschap enkele decennia ouder. Molanus
(Johannes Vermeulen, een plaatselijk geschiedschrijver uit de 16de eeuw) en
Justus Lipsius vermelden 1205 als stichtingsdatum.
Net als de andere begijnhoven in Vlaanderen kende het begijnhof een eerste bloei
in de 13de eeuw, en een moeilijke periode ten tijde van de godsdiensttwisten in
de 16de eeuw. Een van de pastoors van dit Begijnhof, in 1490, was Adriaan
Florensz. Boeyens van Utrecht, geestelijk raadsman van de jonge Keizer Karel V
en vooral bekend als latere paus Adrianus VI.
Vanaf het einde van de 16de eeuw, en vooral na het Twaalfjarig Bestand in de
17de eeuw, kende het begijnhof een tweede bloeiperiode met een nabloei tot aan
de Franse revolutie. Het hoogtepunt in aantal roepingen situeert zich in een of
twee generaties omstreeks 1650-1670, toen het aantal begijnen opliep tot boven
360 [1][2]. Daarna liep het aantal begijnen door oorlogen (o.a. de Negenjarige
Oorlog) en ziekten terug tot ongeveer 300 omstreeks 1700 (in de literatuur
dikwijls onterecht als hoogtepunt aangegeven) en tot ongeveer 250 later in de
18de eeuw. Deze kortstondige piek verklaart mede de homogeniteit in het
gebouwenbestand, dat nagenoeg volledig tot stand kwam in de jaren 1630-1670.
Opvallend is ook dat de begijnenpopulatie in Diest nagenoeg gelijk opgaat
(weliswaar rond 1700 iets sneller afkalft) terwijl in het Begijnhof van Lier de
bloei later viel (hetgeen daar aanleiding gaf tot een bouwcampagne in de
Grachtkant, een halve eeuw na de laatste uitbreiding in Leuven). Tijdens de
Franse Revolutie werd het Begijnhof niet verkocht als nationaal goed, zoals dat
met de kloosters gebeurde. Het beheer van het Begijnhof en al zijn bezittingen
werd toevertrouwd aan de commissie van openbare godshuizen (het latere OCMW). De
begijnen mochten wel in hun huizen blijven wonen, maar de vrije kamers werden
verhuurd aan oude vrouwen. Een behoorlijk aantal ex-kloosterlingen vond onderdak
in het begijnhof, zo onder meer de laatste prior van de abdij van
Villers-La-Ville.
De laatste begijnenpastoor overleed in 1977 op 107-jarige leeftijd. Hij ligt
begraven op het kerkhof van de abdij van Park. De laatste begijn overleed in
1988.
Restauratie
Na meer dan anderhalve eeuw in handen geweest te zijn van het OCMW, was het
gebouwenbestand omstreeks 1960 behoorlijk verkrot. Het OCMW zocht een koper. Een
geïnteresseerde bouwpromotor was graag bereid af te zien van aankoop toen bleek
dat de Universiteit bereid was het complex te restaureren, om er studenten en
gastprofessoren te huisvesten. De restauratie verliep in 2 fasen: het merendeel
van de straten werd aangepakt in de jaren 60, begin jaren 70, onder leiding van
professor Lemaire. De kerk en Kerkstraat kwamen aan de beurt in de jaren 80. De
grootschalige restauratie van een hele stadswijk was destijds een kantelmoment
in de interesse van de bevolking voor de begijnhoven en traditionele
architectuur in het algemeen.
Architectuur
Het Groot Begijnhof van Leuven heeft het uitzicht van een "ministad-in-de-stad".
Het is een typisch stadsbegijnhof. Dat wil zeggen dat de huizen gegroepeerd zijn
langsheen straten, en niet rondom een plein zoals in een pleinbegijnhof, of
rondom een dominant plein met een of enkele achterafstraatjes zoals in
Begijnhoven van het gemengde type. De pleinen die in het Begijnhof voorkomen
zijn veeleer gegroeid vanuit het bouw- en afbraakproces van huizen in plaats van
omgekeerd.
Een vijftal huizen dateert uit de 16de eeuw, waarvan enkele zijn opgetrokken in
vakwerkbouw. Het karakteristieke huis van Chièvres dateert uit 1561, en werd
gebouwd met de nalatenschap van Maria van Hamal, weduwe van Willem van Croÿ,
hertog van Aarschot en een tijd wereldlijk raadsman van Keizer Karel V. De
kenmerkende perenspits op het piramidale dak verwijst naar de hoektorens van het
kasteel van de hertog in Heverlee (het huidige kasteel van Arenberg).
Het merendeel van de huizen dateert uit de periode 1630-1670. Ze werden
opgetrokken in streekeigen traditionele architectuur, versierd met enkele
sobere, barokke elementen. De gevels bestaan uit warmrood gekleurde bakstenen,
met natuurstenen kruiskozijnen voor de vensters, natuurstenen deuroplijstingen.
Deze natuursteen is meestal afkomstig uit Gobertingen (bij Geldenaken). Een
typisch element van het Begijnhof van Leuven zijn de talrijke dakkapellen, vaak
uitgewerkt met trapgevels, en de rondboogvensters daarin. Her en der komen
beeldhouwwerken voor met religieus thema (vaak verwijzend naar de patroonheilige
van het huis), al zijn deze beeldhouwwerken soberder afgewerkt dan de
heiligennissen in het begijnhof van Diest.
Veel huizen hebben opvallend weinig en kleine ramen op de gelijkvloerse
verdieping. Dit komt omdat begijnen gesteld waren op hun privacy. Waar toch
grote ramen voorkomen, zoals in de Straat van 't Nieuw convent, schermde vroeger
een hoge muur de voortuin af van de straat. Dit is in veel andere begijnhoven
nog altijd het geval.
Op enkele plaatsen zijn huizen in de 19de eeuw vervangen of bijgebouwd, maar
veel minder dan bijvoorbeeld in het begijnhof van Lier.
De kerk is een vroeggotische basilica met romaanse elementen. Zoals bij
bedelorden en vrouwencongregaties gebruikelijk was, heeft zij geen toren, wel
een dakruiter. Sinds 1998 is deze dakruiter uitgerust met een klokkenspel dat
overdag elk half uur een melodie speelt. Aan het noordportaal geven twee
inscripties in het Latijn stichtingsjaar van het hof aan (1234) en het jaar
waarin de bouw van de kerk werd begonnen (1305). In het oosten heeft dit gebouw
een opvallend rijzig koorvenster waarvan het bovenste deel sinds de 17de eeuw
(sinds de constructie van het ribgewelf binnenin) de zoldering belicht. Het
interieur is breed (27m in drie beuken van tien traveeen) en baadt opvallend in
het licht. De aankleding is een sobere barok. Bij de restauratie werden oude
muurschilderingen blootgelegd. Nogal wat kunstwerk heeft vrouwelijk-religieuze
thema's
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Groot Begijnhof |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof - Ingang
Sint Jan de Doperkerk
Universitaire parochie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof 16 - De
Heilige Geesttafel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Groot Begijnhof -
Zwartzustersklooster metaforum Leuven |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Zwartezustersstraat -
Industriële maalderij Dijlemolens
Voormalige Graet- en
schorsmolens. omgebouwd tot industriële maalderij (20e eeuw)
nu woon en winkelcomplex
boven en naast de maalderij |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Zwartezustersstraat -
Industriële maalderij Dijlemolens
Voormalige Graet- en
schorsmolens. omgebouwd tot industriële maalderij (20e eeuw)
nu woon en winkelcomplex
boven en naast de maalderij
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Zwartezustersstraat -
Industriële maalderij Dijlemolens
Voormalige Graet- en
schorsmolens. omgebouwd tot industriële maalderij (20e eeuw)
nu woon en winkelcomplex
boven en naast de maalderij
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Sint Antoniusberg - Sint
Antoniuskapel
De Sint Antoniuskapel
bestond reeds 1329 als "Kerkenkapel", zetel van een broederschap van
geestelijken. Later bij de Artesfaculteit ingelijfd en toegewijd aan Sint
Antonius, eremiet. Sinds 1860 kloosterkapel van de paters van de HH. Harten of
Picpussen. Gebouw van de 16de eeuw, fel gewijzigd in de 19de-20ste eeuw. Onder
de historische kapel een moderne crypte waarnaar in 1936 het lichaam van Pater
Damiaan, apostel van de melaatsen op Molokaï, werd overgebracht. Hij werd in
1995 zalig verklaard
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Pater Damiaan |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Diestsestaat - Vaartstraat
- Standbeeld Dorre
Een vooroorlogse bakker
haalt bij zijn klanten brooddeeg om die in de oven te 'schieten'. Beeldhouwer:
Roland Rens
Onthuld in 1979
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.jpg) |
|
|
|
Namensestraat - Sint
Michielskerk
Barokkerk, in 1650-1671
opgetrokken voor het jezuïetencollege door de jezuïet-architect Willem Hesius.
Architectuur integreert
tradionele elementen, zoals de ronde zuilen en kruis gewelven, met Romeinse
barok, vooral in het grondplan. Geplande koepel nooit voltooid.
Imposante voorgevel met
rijke versiering, 'het altaar buiten de kerk', bekend als één van de zeven
wonderen van Leuven.
Na de opheffing van de
jezuïtenorde (1773) werd in 1778 de Sint Michielsparochie naar hier overgebracht
en de middeleeuwse parochiekerk afgebroken.
Portiekaltaren,
communiebank en fraaie biechtstoelen uit de originele aankleding van de 17de
eeuw. Het koperen wijwatervat uit 1473 bij de ingang is de gotische doopvont van
de oude Sint Michielskerk.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Namensestraat - Sint
Michielskerk -Ingang |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - Beeld Renée
Symbool voor de actieve vrouw en herinnert aan de vrouwelijke studentes die in
deze straat hun eerste peda kregen.
Geplaatst in 1997 ter ere van René Depret (1914-2001), ereburger van Leuven en
medestichter van het Handelaarsverbond Leuven.
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Arenberginstituut
Gebouwd door Victor
Lenertz in 1909 als instituut voor Scheikunde, geschonken door de hertog van
Arenberg. In 1999 door Neutelings-Riedijk architecten aangepast voor het
kunstencentrum Stuk |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Pater Damiaanplein -
Hollands College
Seminarie voor de missie
in de Noordelijke Nederlanden, gesticht in 1617 met Cornelius Jansenius als
president. Omvat gotisch patriciërshuis van de familie Uten Lieminghe en 18de
eeuwse vleugels van architect J.A. Hustin. In 1805 aangekocht door Cicercule
Paridaens, stichteres van de nog bestaande school voor kleuter-, lager en
middelbaar onderwijs
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Pater Damiaanplein -
Hollands College - Ingeng |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Pater Damiaanplein - Iers
College
Ierse minderbroeders
kwamen in 1606-1607 naar Leuven en stichtten er een klooster onder bescherming
van Antonius van Padus.
1832-1925: Broeders van
Liefde. Daarna opnieuw Ierse minderbroeders.
Dinds 1983 Leuvens
Instituut voor Ierland in Europa |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Premonstreitcollege
Gesticht in 1571 door de
norbertijnenabdijen van Averbode, Grimbergen, Ninove en Park voor hun studenen
aan de Universiteit.
Herbouwd in 1755
Werd in 1818 Instituut
voor Fysica
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Premonstreitcollege - Ingang |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat - Pomp van 't
groot verdriet
Deze pomp is uit 1754
Hersteld en verplaatst in
1887
Slanke sierlijke zuil in
Lodewijk XV-stijl
Gedichtje:
"Een weg verbreden is geen
pret
Ik werd dan maar aan de
kant gezet
Dicht bij de boom van 't
groot verdriet
Waar niemand nog een traan
vergiet"
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Koningscollege Zoölogisch Instituut
Gesticht in 1579 door
Filips II, koning van Spanje als elikte-seminarie voor de Nederlanden.
Wederopbouw 1776-1779 in
neoclassicistische stijl door architect Ghenne
Sinds 1818 Instituut voor
Dierkunde
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Naamsestraat -
Ereconsulaat van Italië |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Oude Markt |
|
|
|
De Oude Markt is een plein
in het centrum van Leuven dat grotendeels bestaat uit horecazaken. Hieraan dankt
het zijn bijnaam de langste toog ter wereld. Midden augustus wordt hier het
jaarlijkse muziekfestival Marktrock georganiseerd.
Als residentiestad van de graven van Leuven kreeg het plein in 1150, toen de
eerste stenen omwalling werd gebouwd, het marktrecht waardoor er economische
activiteiten werden ontwikkeld. Er werd tot drie maal per week markt gehouden.
Delen van de markt ontsnapten aan de bombardementen van de twee wereldoorlogen,
maar toch was de wederopbouw noodzakelijk.
Op de Oude Markt komt ook de classicistische vleugel van de universiteitshal
uit. Hier was de universiteitsbibliotheek gevestigd tot de vernieling in 1914.
Daarnaast wordt er de eerste drie weken van september op de Oude Markt jaarlijks
Leuven kermis gehouden, naast het Studentenwelkom eind september. Tevens is er
ook Hapje-Tapje met de barmannenrace begin augustus (eerste zondag) en sinds
1989 wordt iedere vrijdag van juli de Beleuvenissen georganiseerd. Dit is een
serie concerten die telkens rond een bepaald thema draait.
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Oude Markt - Beeld van De
Kotmadam |
|
|
|
Een eerbetoon aan de
hospita's van weleer. Zou ze nog bestaan, de kotmadam die een kaarsje brandt als
haar student examens aflegt?
Het beeld van de Limburgse beeldhouwer Fred Bellefroid is een idee van de mensen
van Marktrock. De inhuldiging in 1985 werd bijgewoond door Maria Swerts, op dat
moment de oudste kotmadam van de stad.
Ondanks het plezierige opzet werd het beeld aanvankelijk op gemengde gevoelens
onthaald. De meest gehoorde kritiek was dat de jeugdige en aantrekkelijke dame
niet beantwoordde aan het prototype van de hospita: oud en volslank. Het
voordeel van zo'n jong ding is dat duizenden mensen op haar schoot willen
zitten. Vandaag is het beeld een absolute attractiepool. |
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Oude Markt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Beriotstraat - Standbeeld Pieter de Somer
Rector
1966 - 1985 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Mechelsestraat |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
Top |
|
|
Smoldersplein -
Rommelmarkt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Smoldersplein -
Rommelmarkt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Smoldersplein -
Rommelmarkt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Dirk Boutslaan - Erasmus
Desiderius Erasmus
(Rotterdam (waarschijnlijk), 27 oktober 1466/1467/1469 (?) - overleden Bazel, 12
juli 1536) was een Nederlands Augustijner monnik, humanist, schrijver en
filosoof.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Desiderius_Erasmus |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Dirk Boutslaan - Huis in
de Ploeg |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Dirk Boutslaan - Huis de
Kruiwagen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Vismarkt |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Kasteel van Arenberg |
|
|
|
Het kasteel van Arenberg
is een kasteel in Heverlee, deelgemeente van Leuven. Het gebouw dat er nu staat
werd opgetrokken in de 16de eeuw, maar onderging wijzigingen in alle
daaropvolgende eeuwen (tot en met de 21ste eeuw). De architectuur is grotendeels
Vlaams-traditioneel met een combinatie van baksteen en zandstenen raamkozijnen.
Daarnaast heeft het gebouw ook elementen uit de late gotiek, renaissance en
neo-gotiek (19de eeuw). Karakteristiek zijn de twee grote hoektorens met
perenspitsen, waarop telkens een Duitse Adelaar prijkt. Tegenwoordig is het
kasteel eigendom van de Universiteit van Leuven, die het gebruikt als centraal
gebouw voor de ingenieursfaculteit. Het kasteel vormt ook het centrum van de
campus exacte wetenschappen.
Geschiedenis
Op de plaats van het kasteel van Arenberg stond sinds de 12de eeuw de burcht van
de Heer van Heverlee. In de loop van de volgende eeuwen verarmde deze familie,
zodat in 1445 de toenmalige heer verplicht was de heerlijkheid te verkopen. Op
die manier kwam het domein in handen van de Picardische familie van Croÿ. Onder
Willem van Croÿ werd de middeleeuwse burcht geleidelijk vervangen door het
huidige kasteel. Deze Willem van Croÿ stichtte ook het Celestijnenklooster op
het domein van het kasteel (de huidige bibliotheek van de campus). Nadat de
laatste hertog Karel III van Croÿ in 1612 kinderloos overleed, kwam het kasteel,
via het huwelijk van zijn zus, in handen van de hertogen van Arenberg. Deze
Duitse familie bewoonde het kasteel tot aan de Eerste Wereldoorlog. Veel van de
hertogen waren geboeid door de wetenschap en onderhielden nauwe contacten met de
universiteit. Nog voor de oorlog uitbrak wilde de toenmalige hertog het kasteel
al afstaan aan de universiteit en het omliggende park voor een gunstige prijs
aan haar verkopen. Door de oorlog en het feit dat de hertog Duits onderdaan was,
legde de Belgische Staat echter beslag op het domein, en zo duurde het nog tot
1921 eer de universiteit het kasteel en park kon verwerven. Het park groeide uit
tot een campus voor positieve- en ingenieurswetenschappen, in de stijl van een
Amerikaanse universiteitscampus.
|
|
|
|
|
|
|
|
.JPG) |
|
|
|
Dez Gieterijconvertor
staat in het park voor Kasteel Arenberg
Lucht wordt op vloeibaar
ruwijzer geblazen teneinde overtollige koolstof en andere onzuiverheden te
verbranden waardoor gietstaal wordt bekomen.
Capaciteit 2
ton |
|
|
|
|
|
|
|
Menu
|
 |
Top
|
|